De filosofie achter de lessen van Bert Lochs is vrij simpel. De trompet is een vrij technisch instrument. Om muziek te kunnen maken hierop, om te kunnen spelen wat er in je hoofd zit, zul je eerst ‘voorbij’ de trompet moeten komen. Het idee is dat de techniek in dienst staat van de muziek. Welke muziek je dan vervolgens wil maken, bepaalt de speler helemaal zelf. De lessen van Bert zijn dan ook altijd een combinatie van technische oefeningen en het maken van muziek in de breedste zin van het woord. De geleerde technieken kunnen dan uitgeprobeerd en aan de hand van een breed en divers aanbod aan stijlen wordt gekeken waar de voorkeuren liggen. Het muziekmaken versterkt de geleerde technieken weer, en spelenderwijs wordt op die manier vooruitgang geboekt.
Eén van de technieken die hij gebruikt is de vrij revolutionaire methode Balanced Embouchure van de Amerikaanse trompetpedagoog Jeff Smiley.
Bert heeft veel technieken bestudeerd en uitgeprobeerd en per leerling wordt afgewogen wat het best werkt.

Ben je de techniek een beetje voorbij en wil je leren improviseren, dan is het motto: ‘om te leren improviseren, moet je improviseren!’ Dat klinkt simpeler dan het is, maar meer en meer is de conclusie dat dit de enige weg naar echte vrijheid in improvisatorische expressie. Niet eindeloos patterns en licks studeren en solo’s van blad spelen, maar al improviserend je eigen taal leren spreken op je instrument. Bert heeft inmiddels een aantal technieken verzamelt om dit proces te stroomlijnen en te verduidelijken.